gaed

Gaedingakeppni

Gaeđingakeppni is een in ons land niet zo bekende wedstrijdvorm. Op IJsland is het daarentegen erg populair. Bij een gaeđingakeppni kijkt de jury in de eerste plaats naar het paard. Uitgangspunt daarbij is het ideaalbeeld van de Gaeđingur. Wat de jury wil zien, is: uitstraling, spirit, voorwaartse drang, een hoog tempobereik en een paard dat in een mooie zelfhouding op een vloeiende manier zijn natuurlijke bewegingsaanleg in de verschillende gangen toont.


De paarden worden bij voorkeur wat vrijer en meer voorwaarts voorgesteld, een beetje ‘IJslandser’ kortom, dan in een reguliere baanproef. Een foutje hier en daar wordt je niet snel aangerekend (mits je vriendelijk blijft voor je paard!). Met te voorzichtig en ingehouden rijden zul je daarentegen niet hoog scoren. Kortom, durf je paard de ruimte te geven zich optimaal te tonen!

Ruiters rijden in startgroepjes van drie tot vier, waarbij ze achtereenvolgens hun doorgangen tonen.

Vanzelfsprekend organiseert IJRN de gaedingakeppni zowel voor viergangers als voor vijfgangers.

Hier een korte omschrijving:


1) A-flokkur (vijfgangen)

In totaal heeft iedere combinatie zes doorgangen. Daarin dienen achtereenvolgens getoond te worden:

  • stap: een vlijtige middenstap
  • draf: bij voorkeur goed voorwaarts gereden met duidelijk zweefmoment, het is minder belangrijk dat het paard aan de teugel loopt
  • galop: duidelijk in tempo variëren, een mooie versnelling vanuit langzame galop naar rengalop (en weer terug) levert punten op
  • tölt: tempo naar keuze, het gaat om de uitstraling. Het tonen van meerdere tempi levert wel hogere punten op
  • telgang: tonen over minimaal 100 m, snel en zeker, bij voorkeur vanuit galop, maar dat hoeft niet.

De zesde doorgang kan gereden worden in een gang naar keuze.


2) B-flokkur (viergangen)

In totaal heeft iedere combinatie zes doorgangen. Daarin dienen achtereenvolgens getoond te worden:

  • stap: een vlijtige middenstap
  • draf: bij voorkeur goed voorwaarts gereden met duidelijk zweefmoment, het is minder belangrijk dat het paard aan de teugel loopt
  • galop: duidelijk in tempo variëren, een mooie versnelling vanuit langzame galop naar rengalop (en weer terug) levert punten op
  • tölt in langzaam tot middentempo (toon tempowisselingen)
  • Snelle tölt: hierbij ziet de jury liefst veel snelheid en hoge, ruime en harmonieuze bewegingen

De zesde doorgang kan gereden worden in een gang naar keuze.

De beoordeling van een gaedingakeppni verloopt volgens een andere normering dan bij baanproeven. Er worden cijfers gegeven van 5 tot 10. Een 7.5 is dus gemiddeld. Naast de verschillende gangen worden temperament en vorm onder de ruiter apart beoordeeld.

Voor nadere informatie over de gaedingakeppni-jurering: zie www.FEIF.org (onder gaeđingakeppni - documenten).

Er mag gereden worden met beenbescherming en bitten die voldoen aan het FIPO-reglement, maar niet met een zweep.

Qua kleding: natuurlijk een helm, een jodhpur of rijbroek met bijpassend schoeisel. Verder een rijjasje of een representatief jack, vest of (IJslandse )trui. Ruiters moeten zelf voor een startnummer zorgen!

Uitstraling, spirit en tempo
Bij een Gæðingakeppni kijkt de jury in de eerste plaats naar het paard. Uitgangspunt daarbij is het ideaalbeeld van de Gæðingur. Wat de jury wil zien, is: uitstraling, spirit, voorwaartse drang, een hoog tempobereik en een paard dat in een mooie zelfhouding op een vloeiende manier zijn natuurlijke bewegingsaanleg in de verschillende gangen toont. Je kunt het enigszins vergelijken met het voorbrengen op een keuring. De paarden worden tijdens een Gæðingakeppni bij voorkeur wat vrijer en meer voorwaarts voorgesteld dan tijdens een reguliere baanproef. Rij dus niet te ingehouden, geef je paard de ruimte om zich te laten zien.


Beoordeling
De beoordeling van een Gæðingakeppni verloopt volgens een andere normering dan bij baanproeven. Er worden cijfers gegeven van 5 tot 10. Een 7.5 is dus gemiddeld. Naast de verschillende gangen worden temperament en vorm onder de ruiter apart beoordeeld. 
Voor nadere informatie over de Gæðingakeppni-jurering: zie www.FEIF.org (onder Gæðingakeppni - documenten). 

Regels t.a.v. harnachement en kleding
Er mag gereden worden met beenbescherming en bitten die voldoen aan het FIPO-reglement, maar niet met een zweep. Qua kleding: helm, jodhpur of rijbroek met bijpassend schoeisel. Verder een rijjasje of een representatief jack, vest of (IJslandse) trui. 

Gangenvolgorde
De gangenvolgorde mag per ruiter bepaald worden. De gang naar keuze dient als laatste doorgang verreden te worden. 

Gæðingakeppni A (Vijfgangen)

  1. - Staf
  2. - Draf
  3. - Tolt
  4. - Galop
  5. - Telgang
  6. - Gang naar keuze


Gæðingakeppni B (Viergangen)

  1. - Stap
  2. - Draf
  3. - Tolt (langzaam tempo)
  4. - Tolt (snel tempo)
  5. - Galop
  6. - Gang naar keuze


Bij de telgangonderdelen, de vlaggenrace en de galopren zijn er twee doorgangen achter elkaar. De galopren wordt verreden over 100 meter vliegende start.

 

Vaste volgorde finanale

Gae-B
1. Langzame tolt
2. Draf
3. Snelle tolt

Gae-A
1. Tolt
2. Draf
3. Telgang